Edouard -Eddy- de Beaumont


Studie naar de wapenindustrie voor draagbare vuurwapens in de Nederlanden in de 19e eeuw

... als onderdeel tot reconstructie van een stukje industrieel erfgoed.

 

 

 

HOME

 

Introductie

 

FOTO'S 

 

Wapenfabriek 

 

OUD-Vroenhoven

 

ATjeh oorlog: Beaumontgeweer

 

BETROKKEN PARTIJEN

 

CONTACT / E-MAIL 

 

 

 

Draagbare vuurwapens hebben niet alleen een rol gespeeld bij leger en politie, maar ook in het dagelijks leven van burgers. En doen dat nog. Soms controversieel, zoals de jacht. Dan weer als onderdeel van een traditie die ver teruggaat. Een gildebroederschap zonder het Koningschieten?

De geschiedenis echter van de wapenindustrie voor draagbare vuurwapens in de Nederlanden is met sagen, mythen en legenden doorspekt. Dat geldt in het bijzonder voor de Maastrichtse wapenindustrie, destijds het centrum van deze tak van nijverheid. Tijd voor een nader onderzoek. Deze studie beperkt zich tot wapens voor de professionele markt, in casu het Nederlandse leger, en richt zich op het beantwoorden van de vraag: Welke aspecten hebben bijgedragen aan de opkomst en ondergang van de wapenindustrie in Maastricht in de negentiende eeuw, en in hoeverre hebben deze elkaar beÔnvloed? Uit deze probleemstelling volgen diverse onderzoeksvragen. In de kern komt het hier op neer: Waar haalde het Nederlandse leger haar wapens en verwisselstukken vandaan? Hoe verliepen die aankoop- en productieprocessen en wie waren daarbij betrokken?

 

ContractVeel primaire bronnen zijn in de loop der tijd verloren gegaan, toch rest nog genoeg om toch een aardig beeld te krijgen. En gelukkig zijn, mede door particulier initiatief, sommige voorwerpen nog in Nederlandse musea te bewonderen en niet op veilingen verkocht aan 'de Russen'. Maar dat gezegd hebbende: ook het stuk papier was eens in het bezit van een archief / museum. Het is een afschrift van een contract tussen de Inspecteur draagbare wapenen lt. kol. Brade en de Maastrichtse industrieel Petrus Regout uit 1848. Het vodje lag reeds buiten in de regen, in een doos... klaar om vernietigd te worden.
Natuurlijk kun je niet alles bewaren, maar toch. Dit is niet het enige voorbeeld van een document dat door iemand met historisch besef voor de poort der verdoemenis is gered. Dozen vol, allemaal vodjes. Contracten, correspondentie, tekeningen, beschrijvingen van bouw- en productieprocessen. Informatie over fortificatiŽn, transportwezen... personeelsbeleid. Alles inhoudende onze vaderlandse geschiedenis. Te grabbel op een binnenplaats en... te koop op het Waterlooplein te Amsterdam. Hoe treffend.

Zoals gezegd, is het onmogelijk alles te bewaren. Regionale historische centra ontwikkelen zich steeds meer tot louter facilitair bedrijf. Primair wordt het voldoen aan de verplichtingen die de wetgever oplegt. Er komt op deze plaatsen dus ook minder ruimte voor het doen van historisch onderzoek. Dit is geen onwil; doelstellingen veranderen met de tijd. Maar ook beschikbare ruimte en het chronisch gebrek aan financiŽle middelen is debet aan opschoning van archieven en musea. En eerlijk gezegd: wat moet je als overheidsarchief ook met de administraties van tientallen oud-winkeliers? En een museum met een bloemenvaas met dito motief; eens het trotse eigendom van oma. Hm... Ligt aan de vaas en... aan oma.

 

 

Voor lezingen en voordrachten over deze en andere historische onderwerpen zie:

 

Maastricht Vestingstad?

Maastricht Vestingstad? 

Of graffiti bolwerk?

Windows Media Player vereist.